Dit is een (ruime) samenvatting.Het volledige onderzoek inclusief tabellen kunt u per mail opvragen bij

      De MassageStoel.

 

    Effecten van TouchPro® Europe stoelmassage op ervaren gezondheid

    

     Naam: F. de Bresser

     ID-nummer: 128945

     Afstudeerrichting: Arbeid en Gezondheid (Arbeid en Organisatiekunde)

     Facultaire begeleider: Catelijne Joling

     Tweede beoordelaar: Inge Houkes

     Stage instelling: TouchPro® Europe te Rotterdam

     Instellingsbegeleidster: Wilma Tuk

     Stageperiode: januari tot en met september

     Faculteit der Gezondheidswetenschappen

     Universiteit Maastricht

     Datum: 30 maart 2006

 

     Effecten van stoelmassage, volgens de TouchPro Europe methode,

     op de ervaren gezondheid van werknemers

     Drs. Freeke de Bresser, Dr. Catelijne Joling en Dr. Inge Houkes

     Key words: stoelmassage, ervaren gezondheid, stresspreventie

 

 

     Samenvatting

     In deze studie is onderzocht of een stoelmassage interventie, volgens de TouchPro Europe

     methode, effect heeft op de ervaren gezondheid van werknemers. Hiertoe is een

     gerandomiseerd experiment uitgevoerd bij 76 kantoormedewerkers. De interventiegroep heeft

     16 weken, één maal per week, stoelmassage ontvangen. De controlegroep heeft geen massage

     ontvangen. Stoelmassage is een drukpuntmassage van hoofd, nek, schouders en armen

     gebaseerd op Shiatsu. Op twee tijdsmomenten, voor en na de massageperiode, is bij beide

     groepen de ervaren gezondheid gemeten. Ervaren gezondheid is geoperationaliseerd als

      psychische vermoeidheid, emotionele reacties en vermoeidheid tijdens het werk, burnout,

     slaapkwaliteit en klachten aan het bewegingsapparaat. Uit de resultaten bleek dat bij de

     interventiegroep psychische vermoeidheid en klachten aan het bewegingsapparaat significant

     verminderd waren ten opzichte van de controlegroep. Voor de andere uitkomstmaten werden

     geen effecten gevonden. Er kan geconcludeerd worden dat de relatief beperkte interventie

     toch een positief effect op psychische vermoeidheid en klachten aan het bewegingsapparaat

     teweeg heeft gebracht.

 

 

     1 Inleiding

     De laatste jaren hebben grote wijzigingen binnen arbeidsorganisaties plaatsgevonden met

     ingrijpende consequenties voor de eisen die aan werknemers worden gesteld. De moderne

     organisatie heeft behoefte aan een efficiënt werkende, zelfverzekerde en flexibele werknemer

     (Evers, 2003). Dit heeft tot gevolg dat de mentale en emotionele belasting van de gemiddelde

      werknemer sterk is toegenomen. Als werknemers gedurende langere tijd moeten werken in

     een situatie die hun mentale en emotionele belastbaarheid te boven gaat, is de kans groot dat

     zij last krijgen van allerlei psychische en lichamelijke klachten, die op termijn kunnen leiden

     tot ziekte (Gaillard, 1996). Preventie en een snelle, gerichte aanpak van het ziekteverzuim zijn

     daarom nodig om te voorkomen dat mensen onnodig arbeidsongeschikt worden en in de

     WAO terechtkomen. Werkgever en werknemer zijn daarvoor in de eerste plaats

     verantwoordelijk. Zij moeten alles in het werk stellen om definitieve uitval uit het werk tegen

     te gaan (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, n.d.). Veel bedrijven passen

     daarom werkomstandigheden aan of nemen maatregelen om de belastbaarheid of de stresstolerantie

     van de werknemers te vergroten (Gaillard, 1996).

     Bij stress-tolerantie gaat het om het verbeteren van de fysieke en mentale conditie door

     bijvoorbeeld fitness of relaxatieoefeningen (Gaillard, 1996). Naast fitness en relaxatie bestaat

     er op dit gebied tegenwoordig ook stoelmassage. De veronderstelling is dat door middel van

     drukpuntmassage de conditie van het lichaam bevorderd wordt en aan het werk gerelateerde

     ziekten, zoals RSI en de symptomen van stress voorkomen kunnen worden. Uit een

     kleinschalig onderzoek aan de universiteit van Maastricht bleek dat stoelmassage een

     doeltreffende maatregel is om klachten aan het bewegingsapparaat en spanningsklachten te

     verminderen. Het betrof hier een evaluatie van stoelmassages, die gedurende een half jaar

     uitgevoerd zijn bij 30 personen. Hierbij werd alleen gekeken naar klachten aan het

     bewegingsapparaat en spanningsklachten (Attekum, 2005).

     Naast dit onderzoek is er echter nog maar weinig onderzoek naar stoelmassage gedaan. In

     deze studie zal dan ook door middel van een gerandomiseerd experiment onderzocht worden

     of stoelmassage, volgens de TouchPro Europe methode, invloed heeft op de gezondheid van

     werknemers. Uit verschillende theoretische modellen, zoals het inspannings-herstel model

     van Meijman en Mulder (1997) en het uitgebreide algemene stressmodel van Evers (2003),

     blijkt dat de ervaren gezondheid van werknemers door allerlei factoren wordt beïnvloed. Dit

     zijn bijvoorbeeld factoren gelegen in het werk, zoals taaklast en regelmogelijkheden in het

     werk en persoonsgebonden factoren, zoals het verwerkingsvermogen (Meijman & Mulder,

     1997). Deze factoren kunnen, als confounders, het effect dat stoelmassage op ervaren

     gezondheid kan hebben, beïnvloeden. Hiervoor zal dus moeten worden gecorrigeerd. De

     onderzoeksvraag luidt dan ook: Heeft TouchPro Europe stoelmassage effect op de ervaren

     gezondheid van werknemers als gecorrigeerd wordt voor taaklast, regelmogelijkheden en

     verwerkingsvermogen?

 

       1.1 Wat is stoelmassage?

     Stoelmassage is gericht op het bevorderen van de gezondheid van de werknemers, door

     middel van een effectieve drukpuntmassage van hoofd, rug, nek, schouders, armen en handen.

     De techniek is gebaseerd op de traditionele Japanse Shiatsu (acupressuur). Shiatsu betekent

     letterlijk druk met de vingers (Visser, n.d.).

      Aangezien veel mensen geen tijd hebben om een volledige Shiatsu massage te ondergaan, is

     stoelmassage ontwikkeld, omdat dit praktisch beter uitvoerbaar is. Deze massages duren

     namelijk maar 15 tot 20 minuten en kunnen op locatie toegepast worden. De eveneens

     speciaal ontwikkelde stoel ondersteunt alle ledematen zodat het lichaam kan ontspannen.

     Tijdens de stoelmassage oefent de stoelmasseur druk uit op een aantal acupressuurpunten, die

     de interne energiehuishouding beïnvloeden. Hij gebruikt hierbij zijn duimen, handen en

     ellebogen. Op deze wijze worden eventuele blokkades opgegeven en zwakke plekken

     versterkt (Shiatsu NU, 2005). Massage in het algemeen stimuleert de bloedsomloop direct

     door de nadruk te leggen op de opheffing van stagnatie van het bloed in de huid en de spieren,

     en het wegnemen van de spanning en stijfheid, veroorzaakt door congestie in de

     bloedsomloop. Bij stoelmassage ligt de nadruk op de verbetering en instandhouding van het

     beendergestel, de gewrichten, pezen, spieren en meridiaanlopen (Masunaga, 1979).

     Ervaringen uit de praktijk leren dat bij een gebrekkig functioneren van beendergestel,

     gewrichten, pezen en spieren, de energie van het lichaam en het autonome zenuwstelsel

     vervormd worden, waardoor ziekten kunnen ontstaan (Masunaga, 1979). Stoelmassage is erop

     gericht deze ziekten, zoals RSI en spanningsklachten, te voorkomen.

     In dit onderzoek wordt stoelmassage volgens de TouchPro Europe methode onderzocht. De

     stoelmasseurs die volgens de TouchPro Europe methode werken, gebruiken allen dezelfde

     handelswijze en worden jaarlijks op hun kwaliteit getest door middel van speciale trainingen

     of een herexamen.

 

       1.2 Hoe kan stoelmassage de ervaren gezondheid van werknemers beïnvloeden?

     De effectvariabele in deze studie is ervaren gezondheid. Gezondheid volgens de World Health

     Organization is “een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn, en niet

     slechts de afwezigheid van ziekte of zwakheid” (Smulders, 1995). Louw (1995) relateert

     gezondheid aan zowel fysieke arbeidsomstandigheden als de welzijnsaspecten ervan. Werk

     kan namelijk zowel een fysieke als een psychische belasting met zich meebrengen. Het

     lichamelijk en geestelijk welbevinden van de werknemers wordt niet alleen bepaald door

     bijvoorbeeld werkdruk, maar door een groot aantal aspecten van de arbeidssituatie en is

     afhankelijk van persoonlijke eigenschappen (Louw, 1995).

     Zoals in de inleiding al genoemd werd, kan de ervaren gezondheid van werknemers bevorderd

     worden door een hogere stresstolerantie. Het gaat hierbij om het voorkomen van

     gezondheidsschade door ervoor te zorgen dat men beter met stressverwekkende factoren om

     kan gaan (Gaillard, 2003).

     Volgens het inspannings-herstelmodel van Meyman & Mulder (1997) wordt de

     gezondheidstoestand van een werknemer beïnvloed door het actuele niveau van de taakeisen

     en van de uitvoeringsomstandigheden, cq de taaklast, de actuele mobilisatie van

     prestatiemogelijkheden en inspanning, cq het verwerkingsvermogen en de

     regelmogelijkheden die de werknemer in zijn werk heeft. Hoe taaklast en regelmogelijkheden

     van invloed zijn op gezondheid is terug te vinden in het Job Demand Control Model van

     Karasek. Karasek (1979) stelt dat werkstress het resultaat is van taakeisen en de hoeveelheid

     beslissingsruimte. Hoge taakeisen in combinatie met weinig beslissingsruimte kan een

     oorzaak zijn van gezondheidsklachten. Het verwerkingsvermogen komt overeen met de

     belastbaarheid van een persoon. Hoe hoger de belastbaarheid van een persoon is, des te beter

     men de belastende factoren aankan en hoe minder kans men heeft op gezondheidsklachten

     (Houtman & van de Heuvel, 2001).

     Zoals in de inleiding al gezegd, wordt het effect van TouchPro Europe stoelmassage op de

     ervaren gezondheid van werknemers onderzocht. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat er twee

     werkingsmechanismen van kracht zijn.

     Het eerste werkingsmechanisme is gebaseerd op de veronderstelling dat stoelmassage de

     stresstolerantie kan verhogen door drukpuntmassage ter bevordering van de lichamelijk

     conditie, de doorstroming van de bloed- en energiebanen en de algehele balans in het lichaam.

     Hiermee wordt direct de gezondheidstoestand verbeterd en stress tegengegaan.

     Bij het tweede werkingsmechanisme wordt verondersteld dat stoelmassage via het

     verwerkingsvermogen de ervaren gezondheid beïnvloedt. Onder verwerkingsvermogen wordt

     het geheel van lichamelijke en geestelijke kwalificaties van de taakuitvoerder verstaan. Er

     wordt daarnaast onderscheid gemaakt tussen habituele en momentane kenmerken, waarbij

     habituele kenmerken onder andere geslacht, leeftijd en opleidingsniveau zijn en momentane

     kenmerken aspecten van vermoeidheid en motivatie (Houtman & van de Heuvel, 2001). De

     stoelmassage werkt in op de momentane kenmerken van het verwerkingsvermogen. Door de

     stoelmassage kan de momentane belastbaarheid van de persoon positief beïnvloed worden,

     waardoor de werknemer de belastende factoren, zoals taaklast en slechte regelmogelijkheden

     in het werk, beter aan zal kunnen. Dit zou dan weer een positief effect kunnen hebben op de

     ervaren gezondheid.

     Deze werkingsmechanismen kunnen echter niet los van elkaar bezien worden. Door een

     hogere stresstolerantie reageert men minder snel op stressvolle situaties en hierdoor raakt men

     minder vermoeid. Een hogere stresstolerantie zorgt voor een hogere ervaren gezondheid en

     een beter verwerkingsvermogen, wat op zijn beurt ook zorgt voor een hogere ervaren

     gezondheid. Werkingsmechanisme één is dus van invloed op werkingsmechanisme twee.

 

     2 Methode

      2.1 Design

     In dit gerandomiseerd experiment worden twee condities met elkaar vergeleken, namelijk een

     controle- en een interventiegroep. Beide groepen proefpersonen hebben aan het begin van de

     onderzoeksperiode een vragenlijst ingevuld (t0). Daarna hebben de proefpersonen die aan de

     interventiegroep waren toegewezen 16 weken stoelmassage ontvangen. De controlegroep

     heeft geen interventie ontvangen. Na deze 16 weken hebben beide groepen proefpersonen de

     vragenlijst nogmaals ingevuld (t1). Tussen t0 en de eerste massage zat een week. De tijd

     tussen de laatste massage en t1 was gemiddeld 2 weken. De massages hebben eenmaal per

     week, voor een periode van 16 weken, plaatsgevonden en duurden een kwartier. Gemiddeld

     hebben de proefpersonen in de interventiegroep 12 massages gehad met een standaarddeviatie

     van 2. Redenen voor het lagere aantal uitgevoerde massages waren ziekte en andere

     verplichtingen. Het design wordt weergegeven in figuur 1.

 

      2.2 Procedure, steekproef en respons

     De proefpersonen waren werkzaam in vijf verschillende kantoren in profit en non-profit

     sectoren. Binnen elk kantoor zijn de werknemers at random toegewezen aan de controle- of de

     interventiegroep. De bedrijven zijn gekozen binnen de gebieden waar de masseurs wonen. Het

     gaat hierbij om Alkmaar, Hoofddorp, Rotterdam, Leiden en Utrecht. Binnen de bedrijven had

     de onderzoeker contact met een contactpersoon, die aan de hand van de opgestelde in- en

     exclusiecriteria twintig proefpersonen selecteerde. De inclusiecriteria waren: (1) het hebben

     van een kantoorbaan en (2) aanwezig kunnen zijn op de dagen dat de massages plaatsvonden.

     Zwangerschap was een exclusiecriterium. In totaal zijn er 100 mensen geïncludeerd, waarvan

    er at random 50 aan de controle- en 50 aan de interventiegroep zijn toegewezen, zie figuur

    één.

     [Fig. 1: onderzoeksdesign]

 

     Op t0 hebben 85 personen hun vragenlijsten teruggestuurd. De proefpersonen die niet

     gereageerd hebben, hadden geen tijd meer om aan het onderzoek mee te werken. Op t1

     hebben 76 personen van de 85 de vragenlijst teruggestuurd. In de controle groep zijn 8

     mensen door onbekende redenen uitgevallen. In de interventiegroep is één persoon

     uitgevallen doordat deze teveel massages gemist had. De panelgroep bestaat uiteindelijk uit

     76 proefpersonen. De totale respons komt hiermee dus op 76%.

 

      2.3 Meetinstrument

     De variabelen ervaren gezondheid, taaklast, regelmogelijkheden en verwerkingsvermogen

     zijn door middel van een vragenlijst met 16 schalen gemeten.

     Ervaren gezondheid:

     De uitkomstmaat is ervaren gezondheid. Het gaat hierbij om fysieke en mentale gezondheid.

     Ervaren gezondheid is geoperationaliseerd als psychische vermoeidheid, emotionele reacties

     en vermoeidheid tijdens het werk, burnout, slaapkwaliteit en klachten aan het

     bewegingsapparaat. Deze variabelen zijn gemeten door middel van de schalen

     ‘herstelbehoefte’, ‘emotionele reacties tijdens het werk’, ‘vermoeidheid tijdens het werk’ en

     ‘slaapkwaliteit’ uit de Vragenlijst Beleving en Beoordeling van de Arbeid, de schalen

     ‘uitputting’, distantie’ en competentie’ uit de Utrechtse Burnout Schaal en de schaal

     ‘bewegingsapparaat’ van de gezondheidsmodules uit het modellenboek van de SKB

     vragenlijst services. De schaal herstelbehoefte heet in de vragenlijst ‘psychische

     vermoeidheid’ en bestaat uit 11 items met de antwoordmogelijkheden Nee en Ja. Een item uit

     deze schaal is ‘Aan het einde van een werkdag ben ik echt op’ (Van Veldhoven, Meijman,

     Broersen & Fortuin, 1997). De schaal ‘emotionele reacties tijdens het werk’ bestaat uit 12

     items bestaande uit losse woorden, zoals nerveus en optimistisch. De proefpersoon moet bij

     deze woorden aangeven of hij zich de afgelopen week tijdens zijn werk zo voelde, door

     middel van de antwoordmogelijkheden helemaal niet, nauwelijks, enigszins en helemaal.

     De schaal ‘vermoeidheid tijdens het werk’ bestaat uit 16 items, bestaande uit twee

     tegenovergestelden, waartussen de proefpersonen een score van 1 t/m 5 moeten geven.

     Bijvoorbeeld ‘vertraagd in lichamelijke beweging’ tegenover ‘niet vertraagd in lichamelijke

     beweging’. De schaal ‘slaapkwaliteit’ bestaat uit 14 items, zoals ‘ik doe ’s-nachts vaak geen

     oog dicht’ en heeft twee antwoordmogelijkheden, ja en nee (Van Veldhoven, Meijman,

     Broersen & Fortuin, 1997).

     De schalen ‘uitputting’, ‘distantie’ en ‘competentie’ bestaan respectievelijk uit 5, 4 en 6 items

     met 7 antwoordmogelijkheden van ‘nooit’ tot en met ‘dagelijks’. Een item uit de schaal

‘     uitputting is ‘ik voel me mentaal uitgeput door mijn werk. Een item uit de schaal ‘distantie’

     is ‘ik twijfel aan het nut van mijn werk’ en een item uit de schaal ‘competentie’ is ‘ik weet de

     problemen in mijn werk goed op te lossen’ (Schaufeli & Dierendonck, 2000).

     De schaal ‘bewegingsapparaat’ bestaat uit 13 items, waarvan de eerste ‘pijn, ongemak of een

     stijf gevoel boven of midden in de rug’ is. Deze schaal heeft twee antwoordmogelijkheden,

     ‘nee’ en ‘ja’ (Vethman, 2001).

     Confounders:

     De controlevariabelen zijn taaklast, regelmogelijkheden en verwerkingsvermogen. Taaklast is

     geoperationaliseerd als werktempo en werkhoeveelheid, arbeidsvoorwaarden, relatie met

     collega’s en directe leiding. Regelmogelijkheden zijn geoperationaliseerd als zelfstandigheid

     in het werk en contactmogelijkheden. Verwerkingsvermogen komt overeen met de algemene

     belastbaarheid, en is geoperationaliseerd als leeftijd, geslacht, opleiding,

     persoonlijkheidskenmerken en copingstijlen. (Houtman en van de Heuvel, 2001).

     Taaklast:

     De schalen ‘werktempo en werkhoeveelheid’, ‘overige vragen over arbeidsvoorwaarden’,

     ‘relaties met collega’s’ en relaties met directe leiding’ komen alle vier uit de Vragenlijst

     Beleving en Beoordeling van de Arbeid en bestaan respectievelijk uit 11, 14, 9 en 9 items met

     elk vier antwoordmogelijkheden, namelijk altijd, vaak, soms en nooit (Van Veldhoven et al.,

     1997). Een voorbeelditem uit de schaal werktempo en werkhoeveelheid is ‘Heeft u veel werk

      te doen?’ en uit de schaal ‘overige vragen over arbeidsvoorwaarden’ is een voorbeelditem

      ‘Zijn uw werk- en rusttijden goed geregeld?’. Een voorbeelditem uit de schaal relatie met

     collega’s is ‘Kunt u als dat nodig is uw collega’s om hulp vragen?’. De vragen uit de schaal

     ‘relatie met collega’s’ worden ook in de schaal ‘relatie met directe leiding’ gevraagd. Het

     woord ‘collega’s’ wordt dan alleen vervangen door ‘directe leiding’’ (Van Veldhoven et al.,

     1997).

     Regelmogelijkheden:

     De schalen ‘zelfstandigheid in het werk’ en ‘contactmogelijkheden’ komen uit de VBBA en

     bestaan respectievelijk uit 11 en 4 items met ook weer vier antwoordmogelijkheden. Een item

     uit de schaal ‘zelfstandigheid in het werk’is ‘Heeft u invloed op het werktempo?’. Een item

     uit de schaal Contactmogelijkheden is ‘Heeft u contact met collega’s als onderdeel van uw

     werk?’ (Van Veldhoven et al., 1997).

     Verwerkingsvermogen:

     De variabelen leeftijd, geslacht en opleiding staan in de vragenlijst bij de persoonsgegevens.

     De schaal A/B -type uit de Vragenlijst Organisatiestress geeft een deel van de

     persoonlijkheidskenmerken weer. Deze schaal bestaat uit 9 items met de

     antwoordmogelijkheden ‘zeer juist, tamelijk juist, niet juist en niet onjuist, tamelijk onjuist en

     zeer onjuist’. Een item uit deze schaal is ‘Ik kom het beste tot mijn recht in uitdagende

     situaties, hoe meer uitdagende situaties, hoe beter’ (Van Bastelaer & Van Beers, 1979).

     Copingstijl is gemeten met twee schalen uit de Ways of Coping Checklist van Van Heck en

     Vingerhoets (1989). De schaal ‘planmatig en rationeel te werk gaan’ geeft de

     probleemgerichte coping aan. Deze schaal bestaat uit 14 items en heeft 6

    antwoordmogelijkheden lopend van helemaal niet kenmerkend tot en met zeer kenmerkend.

     De schaal ‘wensdenken, emotioneel reageren’ geeft de emotioneel gerichte coping weer,

     bestaat uit11 items en heeft dezelfde antwoordmogelijkheden (Van Heck & Vingerhoets,

     1989).

 

        2.4 Data-analyse

      De vraag die beantwoord moet worden is of er verschil is in ervaren gezondheid na

     stoelmassage tussen de controle en de experimentele groep. Hiervoor is een meervoudige

     variantieanalyse uitgevoerd op de scores van de 8 schalen, die ‘ervaren gezondheid’

     vertegenwoordigen (de uitkomstmaten) op t1 van de controle- en interventiegroep,

     gecorrigeerd voor de scores van de uitkomstmaten op t0. Op de schalen psychische

     vermoeidheid, emotionele reacties tijdens het werk, uitputting, distantie, vermoeidheid tijdens

     het werk, slaapkwaliteit en bewegingsapparaat, is het resultaat gunstig als de score omlaag

     gaat. Lagere scores betekenen dus minder klachten. Alleen bij de schaal competentie betekent

     een lage score ook een lage competentie, maar dat is juist ongunstig, want een hoge

     competentie is beter. Er is een significantieniveau van 5% gehanteerd.

     De stoelmassage zou ook via het verwerkingsvermogen de ervaren gezondheid kunnen

     beïnvloeden. Het verwerkingsvermogen kan van invloed zijn op hoe een persoon met taaklast

     en regelmogelijkheden omgaat. Daarom is ook een meervoudige variantieanalyse uitgevoerd,

     waarbij naast de correctie voor de scores van de uitkomstmaten op t0, gecorrigeerd is voor de

     baselinescores van het verwerkingsvermogen, de taaklast en regelmogelijkheden. Ook hierbij

     is een significantieniveau van 5% gehanteerd.

 

     3 Resultaten

 

     In totaal namen 86 personen deel aan het onderzoek. De kenmerken van de populatie zijn in

     tabel 1 per groep weergegeven. Om te meten of de gemiddelden van de kenmerken in de twee

     groepen aan elkaar gelijk zijn, is een t-toets uitgevoerd. De t-waarden en bijbehorende

     significantie zijn ook weergegeven in tabel 1.

 

     [Tabel 1 Kenmerken van de populatie]

 

     Zoals men in bovenstaande tabel kan lezen zijn de kenmerken van de populatie door de

     randomisatie vrijwel gelijkmatig over de controle- en interventiegroep verdeeld. Ook uit de ttoets

     blijkt dat er geen significant verschil is tussen de kenmerken van de controlegroep en de

     interventiegroep. Opvallend is dat er aanzienlijk meer vrouwen dan mannen aan het

     onderzoek hebben meegedaan. De meeste personen hebben als hoogst voltooide opleiding een

     middelbare beroepsopleiding of hogere beroepsopleiding en hebben een leeftijd tussen de 31

     en 40 jaar. Het aantal parttimers en fulltimers is nagenoeg gelijk. In Rotterdam is de totale

     respons het laagst met 9 personen en in Leiden en Alkmaar het hoogst met 18 personen.

 

        3.1 Beschrijving van de baselinevariabelen

      Tabel 2 geeft een overzicht van de gemiddelde scores en de standaarddeviaties van de

      uitkomstmaten en confounders. Om te zien of er verschillen zijn tussen de gemiddelden van

      de controle en experimentele groep is een t-toets uitgevoerd [zie tabel 2].

 

     [Tabel 2 Gemiddelden en standaarddeviaties van de uitkomstvariabelen en confounders per

      groep]

 

     Zoals te zien in tabel 2 zijn de scores van deze variabelen door de randomisatie vrijwel gelijk

     in de beide groepen. Er zijn geen significante verschillen tussen de experimentele groep en de

     controlegroep op t0.

 

       3.2 Heeft stoelmassage effect op gezondheid?

     Om te kunnen bepalen of stoelmassage effect heeft op de ervaren gezondheid van werknemers

     is een multivariate variantie-analyse uitgevoerd om te kijken of er significante verschillen

     waren in de scores op de uitkomstmaten tussen de controlegroep en de interventiegroep op t1,

     gecorrigeerd voor de uitgangswaarden (t0). Daarnaast is een multivariate variantie-analyse

     uitgevoerd, waarbij ook gecorrigeerd is voor de nulmeting van de uitkomstvariabelen en de

     confounders. De resultaten van deze analyses zijn weergegeven in tabel 3.

 

     [Tabel 3 Gemiddelden van de uitkomstvariabelen op t1 per groep]

 

     Uit tabel 3 kan worden afgelezen dat de controle- en interventiegroep significant verschillen

     op de uitkomstmaten psychische vermoeidheid en klachten aan het bewegingsapparaat. In de

     experimentele groep zijn op t1 minder mensen met psychische vermoeidheidsklachten en

     klachten aan het bewegingsapparaat dan in de controlegroep.

     De variabele slaapkwaliteit is significant als alleen gecorrigeerd wordt voor de scores van de

     uitkomstmaten op t0. Maar als ook gecorrigeerd wordt voor de baselinevariabelen is het

     verschil tussen de controle- en interventiegroep niet langer significant. Bij de eerste

     berekeningswijze is de slaapkwaliteit op t1 in de interventiegroep beter dan in de

     controlegroep, maar bij de tweede berekening is er geen aantoonbaar verschil tussen de

     controlegroep en de interventiegroep. Dit duidt op mogelijke confounding, aangezien er geen

     verschil in slaapkwaliteit is op t0 tussen de twee groepen. Waarschijnlijk is één of zijn

     meerdere van de controlevariabelen van invloed op slaapkwaliteit. Voor de andere variabelen

     kunnen geen significante verbanden worden aangetoond.

 

     4 Discussie

      In dit onderzoek is door middel van een multivariate variantie-analyse gemeten of er een

     effect is van stoelmassage op de ervaren gezondheid van werknemers. Uit de resultaten blijkt

     dat de interventiegroep na afloop van de interventieperiode, significant minder last had van

     psychische vermoeidheid en klachten aan het bewegingsapparaat. Dit suggereert dat de

     stoelmassage interventie een causaal effect heeft gehad op deze twee uitkomsten. Ook de

     evaluatie van Attekum, genoemd in de inleiding, suggereerde dit effect. Tevens komen deze

     bevindingen overeen met de beschrijving van de effecten van stoelmassage door TouchPro

     Europe stoelmassage. Zij stellen dat de lichamelijke conditie door stoelmassage bevorderd

     wordt en dat aan het werk gerelateerde ziekten, zoals RSI, voorkomen kunnen worden.

     Daarnaast stelt men dat cliënten zich na een massage ontspannen en fris voelen in lichaam en

     geest. Dit zou komen doordat punten die op bepaalde meridianen liggen gemasseerd worden,

     wat onder andere een daling van de bloeddruk tot gevolg zou hebben (Wat is stoelmassage,

     n.d.). In de theorie worden twee bijbehorende werkingsmechanismen besproken. Doordat uit

     de resultaten ondanks de geringe N, de doeltreffendheid van stoelmassage blijkt, is het

     waarschijnlijk dat de verminderde psychische vermoeidheid en klachten aan het

     bewegingsapparaat toe te schrijven zijn aan een hogere stresstolerantie (eerste

    werkingsmechanisme) en een beter verwerkingsvermogen (tweede werkingsmechanisme).

     Het resultaat is echter mogelijk ook deels door andere factoren te verklaren. De meeste

     proefpersonen praten tijdens of voor en na de massage met de masseur. Als eerste komen

     vaak lichamelijke klachten aan bod. Veel masseurs geven dan advies over wat mensen zelf

     hieraan zouden kunnen doen. Zo wordt er aangeraden meer te bewegen en beter op houding

     en eetpatroon te letten. Personen worden zich door de massage meer bewust van hun lichaam

     met eventuele klachten en gaan buiten de massages om hier ook iets aan doen. Een derde

     werkingsmechanisme zou dus wel een meer of mindere vorm van gedragsverandering kunnen

     zijn.Ten tweede praten veel proefpersonen tijdens de massages over situaties op het werk of

    thuis. De masseur geeft een luisterend oor en geeft op deze manier sociale steun. Volgens

     Allegro en Veerman (1997) heeft sociale steun een stress-moderende werking. Ook volgens

     Hancké en Kluytmans is een belangrijke behoefte van mensen bij het functioneren in hun

     werk en in de organisatie, de behoefte aan sociale relaties. Een vierde werkingsmechanisme

     zou dus de rol van sociale steun kunnen zijn.

     Samenvattend kan het dus zijn dat de afname van psychische vermoeidheid en klachten aan

    het bewegingsapparaat wordt bereikt door een combinatie van hogere stresstolerantie, beter

     verwerkingsvermogen, bewustwording van het lichaam en meer sociale steun.

 

       4.1 Schalen waarop geen effect gevonden is

     Waarom werkt stoelmassage alleen op psychische vermoeidheid en het bewegingsapparaat en

     niet op burnout, slaapklachten, vermoeidheid tijdens het werk en emotionele reacties tijdens

     het werk. Een mogelijke verklaring voor het niet vinden van effect op burnout kan zijn

     doordat burnout een lang en dynamisch proces is, waarbij er voortdurend meer energie

     verlangd wordt dan er wordt aangemaakt (Schaufeli, 1990). Het valt niet redelijkerwijs te

     verwachten dat dit alleen door massage verholpen kan worden. Slaapklachten zouden door

     andere oorzaken niet verminderd kunnen zijn. Veel voorkomende slaapverstoorders zijn

     gedachten, zorgen, een snurkende partner of een ongerieflijk bed (Idzikowski, 2000). Deze

     oorzaken zijn niet door stoelmassage op te lossen. De laatste twee schalen waarop geen effect

     van stoelmassage gevonden is hebben beiden te maken met klachten tijdens het werk. Bij de

     schaal vermoeidheid tijdens het werk werd gevraagd naar de laatste uren van een afgeronde

     werkdag. Om deze vermoeidheid niet te voelen, zou iemand waarschijnlijk elke dag massage

     moeten ontvangen. Dit zou echter wel een zeer grote investering betekenen en bovendien is

     het de vraag of je dan niet beter de inhoud van het werk kunt aanpassen, zodat men minder

     vermoeid wordt, dan alleen de vermoeidheid proberen te verhelpen. Als laatste heeft de

     stoelmassage interventie geen significant effect gehad op de schaal emotionele reacties tijdens

     het werk. Deze emotionele reacties hebben betrekking op hoe men reageert op situaties tijdens

     het werk. Om dit te veranderen, zou men zijn of haar copingstijl aan moeten passen. Dit is

     echter makkelijker te veranderen met cognitieve methoden dan met stoelmassage. Een

     voorbeeld van zo’n cognitieve methode is Rationeel Emotieve Therapie (Rooij, 2004).

 

      4.2 Beperkingen van dit onderzoek

     Dit onderzoek kent een aantal methodologische beperkingen. Ten eerste is er sprake van een

     kleine steekproef, waardoor de power van de variantieanalyse om eventuele kleine verschillen

     tussen de controle- en interventiegroep aan te tonen relatief laag is. Dit is echter alleen

     beperkend voor de niet gevonden effecten. Het feit dat er ondanks de lage power toch

     significante verschillen gevonden zijn, maken de gevonden effecten juist sterk. Ten tweede

     brengt het geringe aantal bedrijven (N=5), beperkingen met zich mee voor de

     generaliseerbaarheid van de resultaten. De resultaten gelden bijvoorbeeld alleen voor kantoren

     en zijn niet direct generaliseerbaar naar andere werkomgevingen. Op een kantoor zijn de

     taaklast en regelmogelijkheden dermate verschillend van bijvoorbeeld een werkplaats, dat niet

     met zekerheid is te zeggen dat stoelmassage dezelfde uitwerking heeft. Op een werkplaats is

     het werk fysiek zwaarder dan op kantoor, waardoor éénmaal per week stoelmassage

     waarschijnlijk niet genoeg is om bijvoorbeeld lichamelijke klachten te verminderen. Als

     laatste zat er een kleine variatie in de hoeveelheid ontvangen massages per persoon en was

     gedurende het onderzoek het totale aantal massages lager dan dat TouchPro Europe

     stoelmassage voorschrijft. Een langere interventieperiode of meer massages per week was niet

     haalbaar, aangezien de stoelmasseurs vrijwillig, naast hun werk en andere dagelijkse

     bezigheden, hebben meegewerkt aan het onderzoek. Het is mogelijk dat bij een langere en

     intensievere interventieperiode de kans op burnout verminderd wordt, doordat er dan een

     constantere stroom van energie zou zijn en het proces dat leidt tot burnout niet zou kunnen

     intreden. Daarnaast zou men bij meerdere stoelmassages in de week minder snel moe worden

     aan het eind van de werkdag en zou er ook een effect op vermoeidheid tijdens het werk

     gevonden kunnen worden.

     Ondanks de bovengenoemde beperkingen is het huidige onderzoek veelbelovend voor het

     aanpakken van psychische vermoeidheid en het verminderen van bewegingsapparaatklachten

     van werknemers. Beide type klachten zijn belangrijke oorzaken van ziekteverzuim en

     arbeidsongeschiktheid (Houtman, Smulders & Hesselink, 2004). Het belang van preventie is

     dan ook groot, aangezien naar voren komt dat stoelmassage een positieve invloed heeft op

     psychische vermoeidheid en klachten aan het bewegingsapparaat. Effectieve interventies ten

     aanzien van psychische aandoeningen en klachten aan het bewegingsapparaat, zoals

     stoelmassage, zijn hiervoor zeer waardevol.

 

     Literatuurlijst

     Allegro, J.T., & Veerman, T.J. (1997). Ziekteverzuim. In: P.J.D. Drenth (red.), Handboek

     Arbeids- en Organisatiepsychologie II (pp. 1053-1094). Houten: van Loghum Slaterus.

     Attekum,T. (2005). Evaluatie stoelmassage. Opgehaald 23 februari 2006

     Bastelaer, A. van, & Beers, W. van (1979). Vragenlijst Organisatiestress. Testhandleiding

     deel II: konstruktie en normering, nr 24. Nijmegen: Katholieke Universiteit Nijmegen.

     Evers, A. (2003). Individuele assessment. In W. Schaufeli, A. Bakker, & J. de Jonge (red.),

     De psychologie van Arbeid en Gezondheid (pp. 109-129). Houten/Mechelen: Bohn Stafleu

     Van Loghum.

     Gaillard, A.W.K. (1996). Stress, produktiviteit en gezondheid. Amsterdam: Nieuwezijds.

     Hancké, C., & Kluytmans, F. (2001). Personeel motiveren en sturen. In F. Kluytmans (red),

     Leerboek Personeelsmanagement (pp. 225-240). Groningen/Houten: Wolters-Noofdhoff.

    Heck, G.L. van, & Vingerhoets, A.J.J.M. (1989). Copingstijlen en

     persoonlijkheidskenmerken. Nederlands tijdschrift voor de psychologie, 44, pp. 73-87.

     Karasek, R.A. jr. (1979). Job Demands, Job Decision Latitude, and Mental Strain:

     Implications for Job Design. Administrative Science Quarterly, 24, pp. 285-308.

     Louw, E. van der, Mok, A.L., Claassen, I., & Vinkers, J. (1995). Arbozorg loont. Deventer:

    Kluwer Bedrijfswetenschappen.

    Masunaga, S., & Ohasi, W. (1979). Zen-shiatsu. Yin-yang-evenwicht voor een betere

    gezondheid. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes.

     Meijman, T.F., & Mulder, G. (1997). Arbeidspsychologische aspecten van werkbelasting. In

     P. J. D. Drenth, Hk. Thierry, & Ch. J. Wolff (red.), Studenteneditie Nieuw handboek arbeidsen

      organisatiepsychologie deel I (pp. 599-651). Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum.

     Ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid (n.d.). Ziekteverzuim. Opgehaald 28 maart,

     Rooij, L. de (2004). Preventie ziekteverzuim, stress en burn-out. Soest: Uitgeverij Nelissen.

     Schaufeli, W.B. (1990). Opgebrand: over de achtergronden van werkstress: het burnoutsyndroom.

     Rotterdam: Donker.

     Schaufeli, W., & Dierendonck, D. van (2000). UBOS. Utrechtse Burnout Schaal.

     Handleiding.Lisse: Swets & Zeitlinger B.V.

     Shiatsu NU (2005). Wat gebeurt er tijdens stoelmassage?

      Smulders, P.G.W. (1995). Arbeid en Gezondheid: Inleiding. In P.G.W. Smulders, & J.M.J. op

     de Weegh (red.), Arbeid en gezondheid: risicofactoren (pp. 19-41). Utrecht: Lemma.

     Veldhoven, M. van, Meijman, T.F., Broersen, J.P.J., & Fortuin, R.J. (1997). Handleiding

     VBBA. Onderzoek naar de beleving van psychosociale arbeidsbelasting en werkstress met

     behulp van de vragenlijst beleving en beoordeling van de arbeid. Amsterdam: SKB.

     Vethman, A. (2001). Modellenboek modulair vragenlijstinstrumentarium. Amsterdam: SKB

     Vragenlijst Services.

     Visser, R. (n.d.). Wat is shiatsu en hoe werkt het?

       Wat is stoelmassage? (n.d.) Opgehaald 23 februari 2006, van http://www.touchpro-europe.nl/